Voor het meten van cognitieve flexibiliteit bij kinderen en jong volwassenen is de Flexibiliteits Index Test met 60 items (FIT-60) ontwikkeld. Bij onderzoek naar de betrouwbaarheid van een testscore op de FIT-60 is gebruik gemaakt van de split-halfmethode. De twee testhelften hebben een correlatie van rHH = .50.Hoe groot is dan de schatting van de betrouwbaarheid voor een score op de hele test?
Question
Voor het meten van cognitieve flexibiliteit bij kinderen en jong volwassenen is de Flexibiliteits Index Test met 60 items (FIT-60) ontwikkeld. Bij onderzoek naar de betrouwbaarheid van een testscore op de FIT-60 is gebruik gemaakt van de split-halfmethode. De twee testhelften hebben een correlatie van rHH = .50.Hoe groot is dan de schatting van de betrouwbaarheid voor een score op de hele test?
Solution
Om de betrouwbaarheid van de hele test te schatten met behulp van de split-half methode, gebruiken we de Spearman-Brown voorspellingsformule. Deze formule is ontworpen om de betrouwbaarheid van een test te schatten als deze zou worden verdubbeld in lengte.
De formule is als volgt:
r_tt = 2*r_hh / (1 + r_hh)
waarbij r_tt de geschatte betrouwbaarheid van de hele test is en r_hh de correlatie tussen de twee helften van de test is.
In dit geval is r_hh = 0.50. Dus we vullen dit in de formule in:
r_tt = 2*0.50 / (1 + 0.50) = 1 / 1.5 = 0.67
Dus de geschatte betrouwbaarheid van een score op de hele test is 0.67.
Similar Questions
Volgens de klassieke testtheorie kun je elke testscore zien als de som van de ware score en de toevallige meetfout.Uit de algemene principes en aannames van de klassieke testtheorie volgt voor de toevallige meetfout E van test A dat deze ... een positieve correlatie (rET > 0) heeft met de ware score T. samenhangen met de toevallige meetfout van een andere test B. van een getest persoon zowel positief als negatief kunnen zijn. de ongewenste systematische invloeden op de testprestatie weergeven.
In een onderzoek naar persoonlijkheidsprofielen meet men de kenmerken vicieuze gedragscirkels en competent functioneren met valide tests. Voor het vergelijken van scores op beide tests willen de onderzoekers de ruwe scores transformeren naar z-scores. Bekend is dat het kenmerk vicieuze gedragscirkels in de populatie linksscheef verdeeld is en het kenmerk competent functioneren normaalverdeeld.In deze situatie is de transformatie naar z-scores ...geen correcte transformatie; percentielscores maken een betere vergelijking van de testscores mogelijk.geen correcte transformatie; transformatie naar T-scores maken een betere vergelijking van de testscores mogelijk.geen correcte transformatie; transformatie naar ware scores maken een betere vergelijking van de testscores mogelijk.een verstandige transformatie; de z-scores maken een vergelijking van de testscores zeer goed mogelijk.
Uit de algemene principes en aannames van de klassieke testtheorie volgt voor de toevallige meetfout E van test A dat deze ... een positieve correlatie (rET > 0) heeft met de ware score T. samenhangen met de toevallige meetfout van een andere test B. van een getest persoon zowel positief als negatief kunnen zijn. de ongewenste systematische invloeden op de testprestatie weergeven.
Wat is in een onderzoek een mogelijk nadeel van het alleen vertrouwen op single-item constructen in plaats van het gebruik van multi-item constructen?Single-item constructen kunnen de betrouwbaarheid en validiteit van multi-item constructen missen.Multi-item constructen kunnen een vertekend beeld geven doordat ze te sterk gericht zijn op specifieke aspecten van het fenomeen.Multi-item constructen kunnen door hun lengte en complexiteit leiden tot vermoeidheid bij deelnemers.Single-item constructen kosten de deelnemers meer tijd om te beantwoorden.
Een onderzoeker ontwerpt dertig opdrachten over de kennis van DIEREN en PLANTEN. Aan uitwerking van de opdrachten door leerlingen kent de onderzoeker een score toe tussen de 1 (zeer slecht) en de 10 (zeer goed). Uit een factoranalyse van de scores van 600 leerlingen op de dertig opdrachten resulteren de volgende eigenwaarden voor de eerste zes factoren: 12.0, 8.0, 1.5, 1.2, 0.6 en 0.5.Hoeveel factoren kies jij wanneer je inhoudelijke argumenten combineert met de informatie over de eigenwaarden?
Upgrade your grade with Knowee
Get personalized homework help. Review tough concepts in more detail, or go deeper into your topic by exploring other relevant questions.